Bureaucratie in de advocatuur?


  

  Home

  Dossiers

  Links

  

 

  

 

 

Geen jeugdstrafzaken geen straftoevoegingen?

Nieuwe bureaucratie aflevering 5

U weet nog niet helemaal wat de consequenties kunnen zijn als u in een bepaald jaar niet geheel aan de eisen voldoet, als u bijvoorbeeld niet minimaal twee jeugdstrafzaken hebt behandeld of niet aan 15 strafzaken toe bent gekomen, maar u weet wel waar u rekening mee moet houden. Hoe dan ook, de verklaring die u moet ondertekenen mag alleen betrekking hebben op de behaalde opleidingspunten en niet op de andere eisen. Mocht u worden uitgeschreven omdat u bijvoorbeeld niet bent toegekomen aan het vereiste aantal (jeugd)strafzaken, dan kunt u altijd van de mogelijkheden van bezwaar en beroep gebruik maken, waarbij, zoals wij hiervoor gezien hebben, de rechter de inschrijvingsvoorwaarden aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan toetsen.

Inmiddels hebben nieuwe inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand, genaamd inschrijvingsvoorwaarden 2010 het licht gezien. Artikel 6a van deze inschrijvingsvoorwaarden is gelijkluidend aan artikel 6a van de inschrijvingsvoorwaarden 2009.

Dit artikel stelt als voorwaarde voor voortgezette inschrijving in strafzaken de behandeling van tenminste 15 zaken op dit rechtsgebied (dus van 15 strafzaken) waaronder jeugdstrafzaken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een nieuwe inschrijving en een voortgezette inschrijving.

Op 29 september 2009 vond te 's-Hertogenbosch een door de Raad voor Rechtsbijstand georganiseerde opfriscursus toevoegingen plaats. Uiteraard kwamen daarbij ook de nieuwe inschrijvingsvoorwaarden ter sprake. Uit de zaal werd een vraag met de volgende strekking gesteld: Stel, een advocaat heeft nog geen cursus jeugdstrafrecht gevolgd en ziet aankomen dat hij of zij dit jaar niet aan twee jeugdstrafzaken zal toekomen, bijvoorbeeld omdat de advocaat dit jaar nog niet een jeugdstrafzaak behandeld heeft en er geen jeugdstrafzaken binnen komen. De inschrijvingsvoorwaarden stellen als voorwaarde de behandeling van tenminste 15 zaken op dit rechtsgebied (dus van 15 strafzaken) waaronder jeugdstrafzaken, meervoud, dus een advocaat die dit jaar geen twee jeugdstrafzaken behandeld heeft, voldoet toch niet aan de voorwaarden. Het volgen van een cursus jeugdstrafrecht is in dat geval ook bij voorbaat zinloos. De twee vragen naar aanleiding hiervan luidden: "Klopt dit verhaal?" en "Is dit de bedoeling van de Raad voor Rechtsbijstand?". De vertegenwoordiger van de Raad voor Rechtsbijstand wekte de indruk zich hier niet goed raad mee te weten. Hij begon op een wat verontschuldigende toon uiteen te zetten dat de Orde van advocaten en de rechterlijke macht kwaliteit eisten, het moest echt want de rechterlijke macht en de Orde van advocaten wilden het. Op de vraag of het verhaal juist was en of dit de bedoeling was, kwam geen duidelijk antwoord.

Dit wijst er niet op dat er bij de Raad voor Rechtsbijstand bij het bedenken van deze en andere nieuwe regels erg goed wordt nagedacht over de consequenties. Het wijst eerder op een behoefte om die lamzakken van advocaten eens fors aan te pakken en de druk en de grip op de advocaten verder te vergroten, zeker nu de toevoegingsaudit is afgeschaft. Zo wordt de basis gelegd voor allerlei procedures en klachten en dreigt het gevaar dat de advocaten steeds verder worden gecriminaliseerd en uitgebuit. Ook dreigt het steeds meer de kant van een afrekencultuur op te gaan.

Inmiddels is er mogelijkerwijs ook sprake van een plan waarvan de strekking zou zijn dat een advocaat als voorwaarde om op basis van toevoegingen jeugdstrafzaken te mogen behandelen, ook elk jaar een bepaald aantal civiele jeugdzaken, zoals ondertoezichtstellingen behandeld zou moeten hebben. Als dit juist is rijst de vraag hoe dit gezien moet worden in het licht van de hiervoor besproken problematiek. Als deze voorwaarden naast elkaar zouden bestaan, zou dat bijvoorbeeld kunnen betekenen dat het behandelen van een bepaald aantal ondertoezichtstellingszaken een voorwaarde is om strafzaken voor volwassenen op basis van een toevoeging te mogen behandelen, In dat geval rijst opnieuw de vraag of hierover is nagedacht. Het antwoord op deze vraag zal misschien zijn dat dit nog moet komen en dat dat er nog toe kan leiden dat wij niet met een dergelijke monsterlijke combinatie van regels, voorschriften en voorwaarden worden opgezadeld.

Inmiddels hebben sommige advocaten een schrijven ontvangen met een formulier waarin wordt medegedeeld dat de advocaat "normaal" elk jaar bewijsstukken en een verklaring dient mee te sturen om de inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand voort te zetten.

22 februari 2010